Al sinds mijn achtste levensjaar schrijf ik in dagboekjes. Mijn urge om te schrijven begon allemaal met een weekagenda van Marjolein Bastin die ik van mijn opa kreeg. Je weet wel, zo’n agenda met onder elke datum een paar lijntjes en bovendien bezaaid met tekeningen van bloemen, planten en diertjes. Ik begon erin te schrijven; elke dag een paar kleine regeltjes waarmee ik mijn kinderdagen samenvatte. Elke avond op mijn kamertje achter mijn klepbureautje met eendensticker.

Van alles passeerde de revue. Met wie ik gespeeld had, of waar ik ging logeren. Wat we gegeten hadden of hoe stom mijn vader of moeder wel weer had gedaan. Want in het leven van een achtjarige spelen hele andere dingen de hoofdrol dan in het leven van een volwassene 😉 Met dat schrijven maakte ik ruimte in mijn volle hoofd. Want ik had (en heb) best wel een druk brein en met het schrijven kon ik alles mooi een plekje geven op papier

Na deze agenda volgde een tweede en een derde en daarna kreeg ik een oud kas boek van mijn vader. Eentje die wat muffig rook, met vergeelde blaadjes en zo’n harde kartonnen kaft. Deze was in een A4 formaat en dus begonnen de verhalen ook een andere inhoud te krijgen; langer ook vooral. Tegen de tijd dat ik hierin schreef was ik al zo’n twaalf jaar en waren de dagboek berichten vooral bezaaid met liefdesverdriet; om een jongen waarmee ik nooit wat had gehad of om de wanhoop dat ik vast nooit een eerste zoen zou krijgen. Over -wederom- ruzie met pa of ma of onzekerheid over mijzelf.

En dat laatste is best gek omdat je blijkbaar dingen leert weg te stoppen door de jaren heen. Want hoewel ik aan de ene kant heel onzeker was deed ik altijd best stoer. In mijn beleving dan hè, wie weet werd ik gezien als een doetje, I dunno, maar ik vond mezelf in elk geval stoer genoeg. Toch, wanneer ik de bladzijden doorblader kan ik af en toe best geroerd raken van mijn hersenspinsels.

“Ik ben niet de moeite waard” of , “word ik ooit ook zo’n leuk meisje?” en meer van dat soort zinnen waarvan ik nu denk: WAAROM? Maar ze staan er en dus waren dat dingen die mij blijkbaar bezighielden. Ik werd in die tijd erg gepest op school maar gek genoeg lees je dáár niets over. Geen woord. Wel dingen die ik net noemde maar niet een concrete opmerking als: “ik werd vandaag weer gepest door….”

Het werkt natuurlijk zo met schrijven: als het er staat, dan is het zo. Dus wanneer ik zoiets had geschreven was het ook wel heel erg confronterend geweest en nu bleef het in elk geval in mijn hoofd veilig op de achtergrond. Ik kan me goed herinneren hoe belangrijk ik het vond om leuk te zijn.

Ik had (of heb) een nichtje die altijd zo mooi was. Lang blond haar, blauwe ogen en een eeuwig bruin fysiek. God wat keek ik tegen haar op. Ze was een paar jaar jonger dan mij maar ik vond haar zowat het mooiste van de wereld. Zo mooi was ík niet. Vond ik. Ik was kleiner, in mijn beleving hartstikke mollig (ja echt, ik las het letterlijk terug “ik wil graag afvallen maar hoe? (…)”, ik had een bril en sproeten. Niet dat ik mezelf een lelijkerd vond, dat viel ook wel wat mee. Maar ik was in elk geval niet een supermodel en mijn gehate bril bungelde aan één zielig pootje ergens onderin mijn schooltas.

Toch deed ik mijn best om mezelf te onderscheiden van de rest. Bijvoorbeeld met zelfgemaakte kleding of kleding die net een paar maanden op de mode vooruit liep. Ik herinner me de Schots geruite legging met een vuurrood getailleerd jurkje erop wat ik een paar maanden nadat ik het had gekregen terugzag in Goede Tijden, Slechte Tijden!  Ha! Hip dat ik was! Of zwarte hotpants met slobkousen #hallocoolcat ! Daarin voelde ik me dan echt ‘tha bomb’ ook al resulteerde het gegarandeerd weer tot een spot- en pestpartij. Desondanks trok ik het aan. Omdat ik het mooi vond.

Mijn dagboek raakte voller en voller en op een bepaald moment was de laatste bladzijde volgeschreven en belandde het ding in de kast. Ik keek er nooit meer in. Eerst kreeg ik een oude typemachine. Echt zo’n loodzwaar antiek geval waarbij het een eeuwige strijd tegen de typfouten is omdat je die niet zomaar even wegpoetste. Nee, dan scheurde je het hele papier aan gort en kon je overnieuw beginnen… Toen ik een jaar of zestien was kreeg ik een computer. Zo’n ouwe rukker met word Perfect 5.1.  Ken je het nog? Lekker basic zwart wit met van die blikkerige lettertjes. Je kon de lettertypes wel veranderen maar dat zag je alleen wanneer je het uitprintte of in een afdrukvoorbeeld bekeek.

Daarna kwam word Perfect 6.0. Als ik het me goed herinner zag je daarbij een hand die een veer vasthield en daarmee een punt zette. Wanneer je zelf schreef zag je echt een blanco scherm met hierop de cursor en zelfs het lettertype wat je had uitgezocht: in mijn geval een sierlijke “Times Roman”. Oh, een lust voor het oog na het eeuwenoude statische “Courier” wat je overigens op élk document zag destijds. Zo saai. Zo niet mijn ding. Maar het enige wat voorhanden was.

Ik schreef mijn verhalen op. Nog steeds. Alleen niet meer in een agenda, niet meer op papier en de aanhef was niet meer: “Lieve Kim”, want zo had ik mijn dagboek genoemd. “lief dagboek” was veel te standaard. Bovendien was ik niet blij met mijn eigen naam en had ik destijds graag Kim geheten. Dus was het vanzelfsprekend dat dit persoonlijke boek deze naam toebedeeld kreeg.

Het blind typen was nog wel een dingetje maar toen ik dat eenmaal onder de knie kreeg vlogen de woorden voor de cursor aan het scherm op om ze daarna te printen en te bewaren, en, nooit meer terug te lezen. Want daarvoor is een dagboek niet bedoeld: teruglezen. Het is slechts een middel om je zieleroerselen ergens te droppen. Om je hart te luchten en om ruimte in je hoofd te maken. Een heel enkele keer schreef ik eens een brief aan iemand die ik haatte. Of op wie ik verliefd werd. En die kon ik nadien dan mooi in de fik steken. Die brief dan hè, het moest wel leuk blijven.

Toen ik zwanger raakte begon ik zwangerschapsdagboeken bij te houden en toen de kinderen eenmaal geboren waren schreef ik ook daarover. Over het reilen en zeilen als moeder. Over hoe irritant kerels zijn als vader. Over hoe het op mijn werk ging, met opa en oma of hoe graag ik wilde verhuizen. Over mezelf schreef ik bijna niet meer. Het ging vooral over een ander omdat ik ze ook zo gunde over zichzelf terug te kunnen lezen wanneer ze groot waren. Dat over mezelf schrijven kwam later weer aan de orde.

Groot zijn ze nog lang niet; althans, dat vind ik 😉 Zelf denken ze daar heel anders over. De oudste is bijna zeventien, de middelste net 15 en de jongste tikt in november de 11 aan. Dus nee, ze zijn nog láng niet groot. Toch pakken ze regelmatig de dagboekjes uit de kast. Nu nog vanwege de geïllustreerde pagina’s en foto’s. De tekst vinden ze vooral langdraderig; te weinig tijd, te persoonlijke info en een I-Phone/I-Pad of Playstation is gewoon een stuk leuker.

De foto’s zeggen ze nu nog veel meer dan een lap tekst en dat is oké. Er komt vanzelf een moment dat ze gaan zitten en lezen over hoe ze waren toen ze vijf of tien waren. Hoe lief, hoe leuk en vooral… hoe vervelend. Want dat is iets waarvan ze denken dat ze dat niet waren en zijn. Dat zijn namelijk standaard… hun ouders.

Het plekje waar ik vooral over mezelf schrijf is op mijn eigen blog.  Daar waar ik het állermeest over mezelf schrijf is op Instagram. Korte stukjes omdat je er maar een klein aantal tekens mag gebruiken maar die lang genoeg zijn om de dag samen te vatten en van me af te schrijven. De rest van de tekens die ik kwijt wil drop ik af en toe op mijn website.

Maar wat supertof is, is dat ik vanaf nu nóg een plekje heb waar ik mijn gedachten de vrije loop kan laten! Waar? Nou, hier! Op het blog van Dalia! Via Instagram leerde ik haar kennen en kreeg ik de vraag of ik het leuk zou vinden om er af en toe een stukje tekst achter te laten.. Anyhow, je hebt net mijn hele schrijfgeschiedenis kunnen lezen dus heb je een idee hoe leuk ik dat vind 😉.

Ik hoop natuurlijk dat ik niet de enige ben die het leuk zal vinden. Dat jij als lezer houdt van het lezen van stukjes tekst (die in dit geval meestal nergens over gaan, sorry) maakt dat ik dan weer wens dat je dit leuke stukjes leesvoer vindt. Twee vliegen in één klap: ik geniet van het schrijven en jij van het resultaat. Daarom ga ik met veel plezier naast Instagram en mijn eigen blog ook op deze mooie site mijn kiezelsteentje bijdragen.

Voor nu, ik ga mijn best doen de blogs niet te doen uitlopen naar een drama van minimaal 4000 woorden dus ik heb het vandaag met een schamele 1500 woorden nog lekker beperkt gehouden dacht ik zo. Dan rest mij nu niets anders dan je een mooie dag te wensen en zeg ik bij dezen: tot de volgende keer!

Liefs, Paulina

Instagram: justbreathehappypuntcom

www.justbreathehappy.com

Hi, leuk dat je mijn blog leest! Ik ben benieuwd naar je reactie!

%d bloggers liken dit: